Kleigrond
Moestuinwoordenboek Grond en bemesting
Zware grondsoort met heel fijne deeltjes die veel water en voeding vasthoudt, maar nat plakt en droog hard wordt.
Kleigrond bestaat voor een groot deel uit heel fijne deeltjes. Die liggen dicht op elkaar. Daardoor houdt klei veel water en voeding vast. Dat is een groot voordeel voor de moestuin: op klei kunnen veel gewassen goed groeien.
Klei heeft ook nadelen:
- Natte klei is plakkerig en zwaar om te bewerken.
- Droge klei wordt hard en kan scheuren.
- Water zakt langzaam weg, waardoor de grond nat kan blijven.
- Klei warmt in het voorjaar langzaam op.
Zo werk je prettig met kleigrond:
- Bewerk de grond niet als hij heel nat is. Je loopt hem dan vast.
- Breng regelmatig compost of andere organische mest aan. Dat maakt de grond losser en kruimeliger.
- Spit je? Doe dat dan in het najaar en laat de kluiten grof liggen. De vorst maakt ze in de winter kleiner.
- Loop zo weinig mogelijk over de bedden. Vaste paden helpen daarbij.
Mulch op klei voorkomt dat de bovenlaag in de zomer hard wordt en scheurt.
Lees verder op Een Moestuin
Veelgestelde vragen
Wanneer moet je kleigrond spitten?
Als je spit, doe het dan in het najaar. In de winter maakt de vorst de grove kluiten kleiner.
Hoe maak je kleigrond losser?
Breng regelmatig compost of andere organische mest aan en loop niet over de bedden als de grond nat is.

