Waterverfillustratie: lieveheersbeestje Lotje op een geel herfstblad en Worm Wim die uit de aarde naast de prei kijkt

Worm Wim en het grote bladerfeest

Voorleesverhaal

Dit verhaal is bedoeld om voor te lezen aan kinderen van 4 tot 7 jaar, lekker buiten in de moestuin of ’s avonds op de bank. Samen met Worm Wim en Lieveheersbeestje Lotje ontdekken ze wat er in de herfst gebeurt met alle blaadjes die van de bomen vallen. Na het verhaal vind je een paar weetjes en een opdrachtje om samen in de tuin te doen. Tip: laat de kinderen meedoen met het "Wroet, wroet!" van Worm Wim.

Leeftijd4 tot 7 jaarVoorleestijd± 5 minutenSeizoenHerfstPrintbare versieDownload PDF

Het was herfst in de moestuin. De wind blies door de bomen, en ritsel, ritsel, daar dwarrelden de blaadjes naar beneden. Gele blaadjes, rode blaadjes, bruine blaadjes. Ze vielen op de prei, op de laatste pompoen en op het pad.

Op een groot geel blad zat Lieveheersbeestje Lotje. Ze keek om zich heen en schrok. “O nee!” riep ze. “Overal liggen blaadjes! Straks verdwijnt de hele moestuin onder een dikke deken!”

Toen bewoog er iets in de grond, vlak naast de prei. Er kwam een roze puntje omhoog. En nog een stukje. En nog een stukje. Het was Worm Wim.

“Wroet, wroet,” zei Worm Wim. “Wat is er aan de hand, Lotje?”

“Kijk dan!” zei Lotje. “Al die blaadjes! Wie moet dat allemaal opruimen?”

Worm Wim rekte zich lekker uit. Hij heeft geen ogen, maar hij voelde de blaadjes met zijn hele lijf. “Opruimen?” zei hij. “Dit is geen rommel, Lotje. Dit is een feestmaal!”

“Een feestmaal?” Lotje begreep er niks van. “Je kunt toch geen blaadjes eten?”

“Ik wel,” zei Worm Wim trots. “Let maar op. Vannacht, als het donker is, ga ik aan het werk.”

Lotje wilde dat graag zien. Ze kroop onder een blaadje, vlak bij het gangetje van Wim, en wachtte. De zon ging onder. Het werd koel en vochtig in de tuin. Precies zoals Worm Wim het fijn vindt.

Waterverfillustratie: Worm Wim trekt 's avonds onder de maan een geel blaadje zijn gangetje in, Lotje kijkt toe

En toen begon het. Wroet, wroet. Worm Wim kwam uit zijn gangetje. Hij pakte het puntje van een blaadje met zijn mond, en hij trok. En hij trok. En hij trok! Heel langzaam verdween het blaadje in de grond. “EĆ©n,” telde Lotje. Wim pakte nog een blaadje. “Twee!” Zo ging het de hele nacht door.

De volgende ochtend staken er overal blaadjes rechtop uit de grond, als kleine vlaggetjes. “Wim!” riep Lotje. “Wat doe je met al die blaadjes in je gang?”

Worm Wim stak zijn kopje naar buiten. “Ik wacht tot ze lekker zacht zijn,” zei hij. “Dan eet ik ze op. Hap, hap. En wat ik niet nodig heb, poep ik weer uit.”

Lotje giechelde. “Poep? Dat is vies!”

“Helemaal niet,” zei Wim. “Mijn poep is het beste wat er is voor de tuin. Het is donkere, kruimelige aarde, vol eten voor de planten. Daar groeien volgend jaar de dikste wortels en de mooiste tomaten van.”

Lotje keek naar de prei en naar de pompoen. Ze dacht diep na. “Dus jij maakt van oude blaadjes… nieuwe aarde?”

“Wroet, wroet,” zei Worm Wim. “Dat is precies wat ik doe. Ik ben de beste tuinman onder de grond.”

Een paar dagen later werd het kouder. Lotje rilde. Haar rode schildjes met zwarte stippen voelden koud aan. “Brr,” zei ze. “Waar moet ik nu naartoe? Lieveheersbeestjes houden helemaal niet van de kou.”

“Ik weet een plekje,” zei Worm Wim. “Kijk eens onder die hoop blaadjes in de hoek van de tuin. Daar is het warm en droog.”

Waterverfillustratie: Lotje en andere lieveheersbeestjes slapen onder een hoop herfstbladeren, Worm Wim kijkt toe

Lotje kroop onder de bladeren. Het was er donker en zacht, net een dekbed. En wat zag ze daar? Nog meer lieveheersbeestjes! Ze zaten dicht tegen elkaar aan om warm te blijven.

“Kom erbij, Lotje,” zeiden ze. “Hier slapen we tot het lente wordt.”

Lotje kroop tussen de anderen in en gaapte. “Wim,” riep ze nog ƩƩn keer, “die blaadjes zijn dus helemaal geen rommel, hĆØ?”

“Nee hoor,” zei Worm Wim. “Voor mij zijn ze eten. Voor jou zijn ze een warm bed. En voor de tuin worden ze nieuwe aarde.”

“Wroet, wroet,” fluisterde Lotje slaperig. En ze viel in slaap.

Worm Wim kroop terug in zijn gangetje. Hij had nog veel werk te doen, want er lagen nog zoveel blaadjes. Wroet, wroet.

Einde.

Kleurplaat bij dit verhaal

Na het voorlezen nog even kleuren? Hier trekt Worm Wim een blaadje de grond in, terwijl de herfstblaadjes dwarrelen en Lotje toekijkt.

Kleurplaat van Worm Wim met een herfstblaadje en Lotje

Meer kleurplaten vind je op onze pagina Kleurplaten.

Weetjes

  • Een regenworm heeft geen ogen en geen oren. Hij voelt met zijn hele lijf of het licht of donker is. Daarom werkt hij het liefst ’s nachts.
  • Een worm trekt blaadjes zijn gang in en eet ze op als ze zacht zijn. Zijn poep is kruimelige, donkere aarde waar planten heel goed van groeien.
  • Lieveheersbeestjes slapen in de winter met z’n allen onder bladeren, in holletjes of achter boomschors. In de lente worden ze weer wakker.

Zoek het op in de tuin

  • Zoek blaadjes die rechtop in de grond steken. Daar is een worm aan het werk geweest!
  • Zie je kleine bergjes kruimelige aarde? Dat is wormenpoep.
  • Til samen voorzichtig een steen of plank op en kijk wie eronder woont. Leg hem daarna netjes terug.

Tip voor ouders: Laat in de herfst een hoekje met bladeren liggen. Wormen hebben dan te eten, en lieveheersbeestjes en egels hebben een plek om te overwinteren.