Vruchtwisseling
Moestuinwoordenboek Teelttechnieken
Elk jaar de gewassen op een andere plek in de moestuin zetten, zodat dezelfde plantenfamilie niet steeds op hetzelfde stuk grond staat.
Bij vruchtwisseling verdeel je de moestuin in vakken. Elk jaar schuiven de gewassen een vak op. Zo staat dezelfde plantenfamilie pas na een paar jaar weer op dezelfde plek.
Waarom is dat belangrijk? Sommige ziekten en plagen blijven in de grond zitten. Knolvoet bij koolgewassen is daar een bekend voorbeeld van. Zet je elk jaar kool op dezelfde plek, dan krijgen zulke problemen steeds meer kans. Daarnaast halen gewassen niet allemaal dezelfde voeding uit de grond. Door te wisselen raakt de grond minder eenzijdig uitgeput.
Je werkt bij vruchtwisseling met plantenfamilies, niet met losse groenten. Een veelgebruikte indeling is:
- koolgewassen
- vlinderbloemigen, zoals erwten en bonen
- nachtschadefamilie, zoals aardappel en tomaat
- wortelgewassen en uiachtigen
Met vier vakken kom je dus pas na vier jaar weer met dezelfde familie op dezelfde plek. Heb je een kleine tuin, maak dan een simpel plattegrondje en schrijf elk jaar op wat waar stond. Dan weet je volgend voorjaar precies wat waarheen moet.
Lees verder op Een Moestuin
Veelgestelde vragen
Waarom moet je vruchtwisseling toepassen in de moestuin?
Zo voorkom je dat ziekten en plagen die in de grond blijven zich ophopen. Ook raakt de grond minder eenzijdig uitgeput.
Hoe werkt vruchtwisseling met vier vakken?
Je verdeelt de tuin in vier vakken en geeft elk vak een plantenfamilie. Elk jaar schuiven de families een vak op, zodat ze pas na vier jaar terugkomen.

