Druiven leiden langs draad

Druiven leiden langs draad: een praktische handleiding

Druiven zijn klimplanten die van nature lange ranken vormen en zich graag ergens aan vastklampen. Als je ze gewoon laat groeien, zullen ze al snel een wirwar van scheuten maken. Dat ziet er misschien gezellig uit, maar het levert vaak minder en kleinere druiven op. Door je druiven bewust langs draden te leiden, zorg je voor een sterke plant, een mooie vorm en een rijke oogst. In dit artikel ontdek je hoe je dat stap voor stap aanpakt.

Waarom draden gebruiken?

Een druif heeft ondersteuning nodig om goed te groeien. In de natuur slingert hij zich om bomen of struiken heen, maar in de tuin wil je liever zelf bepalen waar hij naartoe groeit. Met draden kun je de plant netjes leiden en verdelen. Dit heeft een paar grote voordelen:

  • Je houdt de plant luchtig, waardoor schimmel minder kans krijgt.
  • De trossen hangen vrij en krijgen meer zon, wat zorgt voor zoetere druiven.
  • Het onderhoud en snoeien wordt veel makkelijker.
  • Je kunt de plant precies vormen zoals jij wilt, bijvoorbeeld tegen een muur, schutting of in een pergola.
Druiven leiden langs draad

De juiste opstelling kiezen

Voordat je begint, is het handig om te bedenken hoe je de draden wilt plaatsen. De meest gebruikte methode voor druiven langs draden is de horizontale geleiding. Daarbij span je meerdere horizontale draden boven elkaar, meestal met 40 tot 50 cm tussenruimte.

Heb je een muur of schutting, dan span je de draden daartegen. Heb je geen wand, dan kun je palen in de grond zetten met draden ertussen, net als bij een wijngaard. Kies altijd stevige materialen, want een volwassen druif met volle trossen weegt verrassend veel.

Lees ook: Wanneer druiven oogsten?

Draden bevestigen

Gebruik roestvrij staaldraad of stevig geplastificeerd ijzerdraad, minimaal 2 mm dik. Span het draad strak tussen stevige bevestigingspunten, zoals palen of oogbouten in de muur. Zorg dat het draad niet kan doorzakken, want druivenranken trekken er flink aan als ze groeien.

Voor een druif die tegen een muur groeit, zijn meestal drie tot vijf draden genoeg, afhankelijk van de hoogte die je wilt bereiken. Begin het eerste draad op ongeveer 50 cm hoogte, en werk zo naar boven.

Lees ook: Waarom kiezen voor een oude druivenstok?

De plant leiden

Wanneer je de druif hebt geplant, kies je één of twee hoofdscheuten die je als stam wilt gebruiken. Bind deze voorzichtig vast aan het onderste draad of een steunpaal. Gebruik bindmateriaal dat niet snijdt of knelt, zoals zachte bindbuis of speciale plantenbinders.

Laat de hoofdscheuten omhoog groeien tot ze het volgende draad bereiken. Op dat punt kun je ze horizontaal gaan leiden. Dit wordt ook wel de “cordon”-methode genoemd: een horizontale tak waar elk jaar nieuwe scheuten uit groeien die druiven dragen.

Onderhoud tijdens het groeiseizoen

Tijdens het groeiseizoen schiet de druif vaak alle kanten op. Om hem netjes langs de draden te houden, zul je regelmatig moeten bijbinden. Doe dit liefst eens in de twee tot drie weken, zodat jonge scheuten niet te ver uit de gewenste richting groeien.

Verwijder wilde scheuten die naar binnen of naar beneden groeien. Zo blijft de plant open en luchtig, en gaat alle energie naar de takken waar je druiven wilt hebben.

In de zomer kun je de scheuten die al trossen dragen toppen, zodat de plant zijn energie in de vruchten steekt in plaats van in lange ranken.

Geduld en beloning

Het leiden van druiven langs draad vraagt in het begin wat geduld. In het eerste jaar bouw je vooral de basisstructuur op, en zul je misschien nog niet veel druiven hebben. Maar zodra de plant zijn vorm heeft, wordt het onderhoud een stuk makkelijker.

Met een goed geleide druif oogst je jaar na jaar mooie, volle trossen. Bovendien ziet een druivenrank langs strak gespannen draden er prachtig uit in de tuin. Het is een investering in tijd en aandacht die zich ruimschoots terugbetaalt in smaak en sfeer.

Lees ook: Beste plek voor een druivenstruik